C

De Cirkel des Levens

Lente ontwaakt met een fluister –
Een knopje hier, een bloesem daar.
Leven dat door oude basten fluistert,
In de winter nog zo kaal en klaar.

Zomer danst in vol ornaat,
Met zonnestralen die alles kussen.
Groen dat in overvloed praat,
En warmte omhult ons, zonder tussen.

Herfst, de schilder van verandering,
Kleurt de bladeren in vuur en goud.
Een laatste groet, zo hartverwarmend,
Voordat de koude zijn plaats behoudt.

Winter sluit de cirkel, stil en koel,
Met een deken van sneeuw, zuiver wit.
In rust, reflectie is de regel,
Tot lente weer de cyclus aanbreekt en zit.