In de stille uren van de nacht,
waar gedachten dansen zonder gratie,
vragen wij aan de sterren, in volle pracht,
wat behelst onze ware locatie?
Is het de liefde, wild en vrij,
of de pijn die ons kneedt tot wie wij zijn?
Leven wij voor het moment van extase, zo nabij,
of voor de lessen, verpakt in lijn?
Mogelijk zit in elke lach, elke traan,
in elk afscheid dat ons zwaar valt,
een glimp van de zin van ons bestaan,
een pad, door het lot bepaald, ingeknald.
Dus dansen wij voort, onder het maanlicht,
met de zin van het leven, als ons gericht.