Verloren in de menigte,
men ziet mij, maar ziet niet echt.
Mijn gedachten, mijn geheimen,
verstopt achter een glimlach, zo hecht.
Niemand hoort de stilte
die in mij schreeuwt, zo luid.
In een wereld vol verbinding,
voel ik me des te meer buit.
Eenzaamheid, een stille storm,
raast door mijn ziel, ongezien.
Te midden van de chaos,
vind ik mezelf, alleen en misschien –
Op een dag, zal iemand mijn stilte horen,
en samen, in stilte, zijn we dan bevrijd.
Tot die tijd, draag ik mijn eenzaamheid,
als een deken van de nacht, in de strijd.