N

Hallucineren (ikken):

Hallucineren (ikken):
Ik dacht dat ik alleen was in mijn hoofd,
Tot ik ineens zag dat mijn Ikken voorbij schoof.

Mijn Ikken kregen een eigen leven,
Ieder van ons had wat anders te geven.

De kamer waar ik stond ademde zachtjes mee,
ik lachte terug of nee dat was ik niet maar nummer twee.

Nummer drie zingt een lied in spiegels van glas,
Ik, jij en wij zijn wie jij ooit was.

Ik dacht iemand te zien dansen in de hal,
Tot ik opmerkte dat het nummer vier was die de aandacht stal.

Ben ik nu aan het hallucineren of word ik gewoon gek,
Ik zie niemand maar voel iemand hijgen in mijn nek.

Ik hoorde kleuren fluisteren in mijn oor,
Rood, groen, blauw en geel nee jij bent er nog niet hoor.

Horen jullie het kleine meisje ook roepen,
Of is dit allemaal ver te zoeken.

Ik ruik verse rozen maar zie ze niet,
Ik en mijn ikken zingen ieder ons eigen lied.

Mijn handen lijken op te lossen in rook,
terwijl een andere ik zich verslikte in een grap van een spook.

Een stem zei tegen mij ik ben jij, maar het klonk iets verder van mij vandaan,
en ik knikte alsof ik het daadwerkelijk kon verstaan.

Mijn schaduw liep vooruit en bleef ineens staan,
en fluisterde er is geen jij meer het is wij voortaan.

Toen viel ik want de last was te zwaar om te dragen,
zelfs mijn spiegelbeeld begon vragen te vragen.

Ik ben blijkbaar nooit alleen,
Heb al mijn ontelbare ikken om mij heen.
Hallucineren (ikken):