Wanneer de nacht zijn deken spreidt,
en sterren fluisteren over dromen,
ontwaakt in 't diepst van donkerte, zacht,
een sprankje hoop, niet te betomen.
Zo teder als het eerste licht
dat doorbreekt aan de horizon,
brengt hoop ons op de toekomst gericht,
een belofte van een nieuwe zon.
Tussen het nu en wat nog komt,
ligt de kracht verborgen in ons hart,
hoop is de brug die toekomst verbindt,
een anker, stevig, nooit verward.
Laat hoop je leiden, stap voor stap,
een pad door sterrenlicht bezaaid,
elk moment een nieuw begin,
waar toekomst zachtjes naar ons zwaait.