Tussen de sterren, onder maanlicht
vind ik de toekomst, schitterend en zacht.
In de stilte van de dromerige nacht,
fluistert de hoop, "het komt wel goed,"
met een stem zo stil, zoet als meidoornbloed.
We staan aan de rand van het onbekende,
met open handen, harten die kloppen,
vol verwachting van wat nog komen gaat.
In de ogen van morgen, reflecteert de hoop,
een toekomst zo fel, als het eerste ochtendlicht.