waar stemmen vervagen tot een fluistering,
en gezichten blurren in het niets -
daar vind ik mijzelf, een eenzame ster,
flikkerend in de koude nacht.
Verlangend naar de warmte
van een ander z'n blik,
maar telkens weer
verzwolgen door de leegte,
een echo zonder weerklank.
Onder de deken van de nacht,
vind ik troost in de gedachte
dat ook sterren het felst schijnen
wanneer ze het meest alleen zijn.