D

In het fluisteren van de wind

Vind ik de verzen die de bomen zingen,
Een melodie, zoet en oud,
Gedragen door de bladeren, zachtjes ruisend.

Elke golfslag tegen de rotsen
Vertelt een eeuwig verhaal van komen en gaan,
Waar water en steen elkaar omarmen
In een eindeloze dans van geven en nemen.

De ochtendmist die het land streelt,
Ontwaakt bloemen in een sluier van dauw,
Elke druppel, een reflectie van de wereld,
In het kleinste, het ongeziene, ligt de grootste schoonheid besloten.

Zo leer ik van de natuur,
Dat echte schoonheid in transformatie ligt,
In het eeuwige spel van licht en schaduw,
En in alles wat groeit, bloeit en weer vergaat.