D

In het fluisteren van de wind

Ontvouwt zich een stille symfonie,
Het ritselen van bladeren, een zacht lied,
Een ode aan de ongeziene schoonheid,
Gevangen in het oog van de storm,
Waar vrede en chaos dansen, ongerept en vrij.

Tussen de schaduwen van eeuwenoude bomen
En het licht dat speelt op een kabbelende beek,
Openbaart de natuur haar ware gezicht –
Een canvas, levend, ademend,
Met elk penseelstreek een nieuwe dageraad.