Kruik:
Ik vulde jou met warm water,
jij bent niet echt een prater.
Geen hartslag maar ook geen stem,
ik zet je tussen mijn handen klem.
Je ligt daar stil tegen mij aan,
alsof je weet ik laat jou niet meer gaan.
Je zwijgt tegen mijn huid,
je bent er zonder geluid.
Je brandt niet maar geeft wel een warme gloed,
je weet precies wat je doet.
Je belooft niets maar blijft toch hier,
een tijdelijke vorm van plezier.
Rara weet je al wat ik ben,
lieve kruik bedankt je maakt me zen.
N
Kruik: