De lentewind streelt zacht door de takken,
Fluistert geheimen in een dans van bladeren.
Waar licht en schaduw elkaar omarmen,
Ontvouwt de natuur haar eeuwige pracht.
In de kalmte van een ondergaande zon,
Wordt elk blad een zilveren spiegel.
Reflecterend de schoonheid van eenvoud,
Leert ze ons kijken met verwondering.
Zo tussen de fluisteringen van de wind,
Vindt men de ware schoonheid van het bestaan.