Reflectie in de spiegel:
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand,
vertel mij eens wat is er aan de hand.
Ik kijk maar zie er iets lelijks in,
ik kijk elke dag maar met tegen zin.
Ik weet nog hoe het allemaal begon,
lage zelfbeeld was de bron.
Ik kijk maar ben bang,
en daar rolt een traan over mijn wang.
Gebroken scherven op mijn gezicht,
die door jou worden verlicht.
Als ik staar en kijk naar wie ik ben,
besef ik dat ik mijzelf niet eens ken.
De spiegel ziet mijn verdriet,
de plek waar ik ongestoord mijn tranen liet.
Tot mijn schrik,
merk ik dat de vrouw in de spiegel, dat ben ik.
Mijn beeld over mijzelf zat een lange tijd vast,
maar dat beeld is mij niet meer tot last.
Spiegel, spiegel in de hal,
vang jij mij op als ik val.
N
Reflectie in de spiegel: