bladeren dwarrelen
als vergeelde herinneringen
zacht neer op vergeten paden
de wind verschuift
tussen warm en koud
elk moment een ademhaling
van vergankelijkheid
lente breekt open
in onverwachte scheuren
winter trekt haar witte jas uit
zomer drukt haar hand
tegen mijn gezicht
rijp van verlangen
en onuitgesproken beloften