Stadslichten flikkeren, een eeuwige dans
gedempt door de nevel, een sluier van kans.
In elke twinkeling, een verhaal onverteld,
een leven vol dromen, in schaduw gehuld.
De nacht ademt zacht, de straten fluisteren
van liefde, van leven, en soms van het duister.
Maar tussen de schaduwen, in het licht van de maan,
vinden verdwaalde zielen hun weg, samen staan.
Onder de gloed van neon die nooit slaapt,
vindt hoop haar weg, en wordt passie geraakt.