Onder de mantel van de nacht
schitteren stadslichten zacht,
als sterren dichtbij gebracht.
Ze dansen op de rivier,
een schitterend, levensecht schouwspel,
elk lichtje een verhaal,
in de duisternis, een helder signaal.
Te midden van beton en steen,
vertellen zij, nooit alleen,
van mensen, dromen, leven —
de stad blijft altijd streven.
In het web van licht en donker,
vind ik steeds mijn wonder,
de stad, bij nacht, zo wonderlijk schoon,
in elk verdwaald licht, een belofte van de dageraad, onverschroon.