D

Stadslichten

In de nacht, een stad die ademt door haar lichten,
fluisteren de straten geheimen, oud en nieuw.
Hoogbouw knipoogt naar de sterren, schijn bedicht en
onder hen leeft een verhaal zonder schreeuw.

De maan, een stille getuige van de rusteloosheid,
kijkt neer op wegen verlicht door hoop.
Elke lantaarn een belofte, een mogelijkheid,
in het donker, vinden zielen hun loop.

Zo dansen de stadslichten, onvermoeid,
een symfonie van dromen ongehoord.
In hun gloed, elk hart ontdooid,
een stad, door licht en leven gescoord.