A

Tussen bladerdak en sterrenpracht

Ligt een wereld zacht geweven,
Van ochtenddauw en avondnacht,
Waar winden fluisteren en leven

Strekt zich uit in eindeloos wachten.
Bomen staan als tijdloze wachters,
Hun bladeren fluisteren verhalen,
Van de maan, de zon, en de nachten.

In de stilte van het bos, zo prachtig,
Vindt elk hart zijn rust, zo zachtig,
Bewijst natuur haar mooiste kracht,
Tussen bladerdak en sterrenpracht.