In het diepst van de nacht, waar de sterren zacht
Hun licht over morgen dromen,
Daar vind ik de kracht, onverwacht,
Een toekomst ongekomen.
Door velden van twijfel, rivieren van pijn,
Blijft hoop als een vuurtoren staan.
Ze wijst waar het licht weer zichtbaar zal zijn,
Waar we samen, hand in hand, verder kunnen gaan.
In elk moment van wanhoop, elke traan,
Schuilt de belofte van een nieuwe dageraad.
Hoop is de brug naar waar we willen gaan,
De toekomst, ongerept, wacht op ons, volmaakt.