vragen/conclusies
Ze is altijd hopeloos geweest in het hopen. Ook in het doorgaan, zonder haar lieve hart te slopen. Maar dat zij mij niet kon mogen.
Het tegenovergestelde blijft iets, waar ik zal dromen.
Nooit was ze goed in beter maken. Haar lach haar gouden haren. Voordat zalIk altijd blijven sparen. Tot ik doorheb dat ik haar niet kan bewaren.
Ze was “oké” in het vragen naar andere. Toch hield ze mij als verlatene. Dat ik haar niet kon veranderen. Maakt mij altijd die dwalende.
Van wel naar ween, van snel naar geen. m’n hart scheen. Van samen naar alleen. Tot jij in m’n hoofd niet meer verscheen.
Ik hield je vast, jij liet los, zo simpel zo helaas. Ik denk wat ze zeggen, dat klopt. Dat ik eerst viel en jij pas later. Was het dan slechts een ontroerend theater.
Van het zijn wat niemand kon, dat we beide bleven hangen na het einde, ja dat was stom. Van mij uit nog steeds gegrom. Van jou, ik gok slechts een “waarom”.
Dat jou tedere hand, nu naar iemand anders verlangt. Laat me denken en zwoegen. Over hoe ik naar liefde kijk, en toch blijf zoeken. Naar iets wat bestaat, maar nog niet samen heb kunnen voegen.
Laat instinct toch bloeien. Naar iets wat kan maar moet blijven groeien. Als kusten lang en bomen hoog. Blijf jij in m’n hart toch een rare kloof. Van vragen en onmacht en soms zelfs spijt. Alsjeblieft, raak je nieuwe “ik” nou nooit meer kwijt.
T