In de uren waar stilte spreekt
En nachten langzaam verglijden,
Vind ik in jou de echo die weerkaatst,
Van lachen, huilen, en ongezegde liederen.
Jouw vriendschap, een baken in 't donker,
Leidt me door stormen, zonder oordeel.
Hoe uniek, de band die ons verbindt,
Een schat, oneindig en onvervangbaar.
In elke glimlach, een verhaal gedeeld,
In elk verdriet, samen gedragen.
Zo reizen wij, vrienden, zij aan zij,
Door 't leven, geweven door onzichtbare draden.