L

vroeger/nu

vroeger/nu
Vroeger speelden kinderen veilig op straat,
Zonder zorgen, zonder tijd
Buiten,met vrienden,lachend samen,
Tot de avond hen naar huis toe leid.
Als je nu naar ons kijkt vraag je je af:
Waar is die tijd gebleven?
Elke tiener zit binnen,
Opgesloten in zijn eigen cocon
Verbonden via schermen,
Spelend met vrienden die ver weg lijken,
Maar tocht zo dicht bij zijn.