Lente lacht in het gezicht van de winter,
smeekt om de slapende bloemknoppen te wekken,
terwijl de laatste sneeuw als tranen smelt.
Zomer zwaait met gouden stralen,
kust de aarde tot ze bloost en barst,
van leven, in een eindeloos blauw decor.
Herfst fluistert in vallende bladeren,
een roestig tapijt dat knispert onder elke stap,
een gouden gloed in het verval.
Winter hult de wereld in stilte,
een witte deken waar onder alles slaapt,
wachtend op de lach van de lente.