In het fluisteren van de wind,
tussen de bladen die ritselen,
een vraag die steeds opnieuw begint:
Wat is de zin, waar moet ik luisteren?
Is het in de echo van de lachende kind,
of in het stille groeien van de blom?
Misschien in het helpen van de medemind,
of in de rust van een avond zonder bom?
Maar de zin, zo vluchtig als het zand,
ontglipt bij elke poging om te vatten.
Misschien is 't simpelweg de band,
die we weven, in liefde, zonder schatten.