Zondagmiddag.
De ruiten wenen. Als mislukte dromen spatten de tranen van water uit een. Stuk voor stuk, als een ongeleefde wens.
De wolken ontladen. Een flits. De dekens zijn beslapen.
Ze is er niet. Nog een kras van stroom breekt de lucht. Is ze er wel geweest? Een scheut van onzekerheid breekt de gebarsten illusie.
Uit het niets. Een zonnestaal doorboord de wolken. In de stoffige kamer wordt een lege fles wijn aangewezen.
Twee glazen. Een is gekust door rode lippen die als het graf van Oscar Wilde omhelst zijn.
Net zo koud als de fragmenten van wat nog rest aan de herinnering van haar naam.